Afstuderen op een potterdoosje

Boudewijn 6 april, 2017

Het al langer rondgaande gerucht dat een Hanzestudent erin is geslaagd om af te studeren op een doosje pottertjes blijkt op waarheid te berusten. Sterker nog, de jongeman die het klaarspeelde, heeft al een topbaan in de bigdatabusiness en is hard op weg naar z’n masterdiploma.

Gerard Veenstra (24), een heel diepe buiging, en voor de draad ermee.
‘In februari 2015 werkte ik mee aan een onderzoek naar een wearable die energieverbruik kan meten. Een wearable is, de naam zegt het al, een draagbaar meetinstrument. Je kent ze wel, stappentellers en zo. Het Quantified Self Institute wilde er één waarmee je kunt meten hoeveel energie kinderen verbruiken. Die bestaat niet, dus moesten we formuleren waaraan zo’n apparaat moet voldoen.’

Een polsbandje dat kleiner en hufterproofer is dan die voor volwassenen.
‘Ook. Maar kinderen bewegen ook nog anders dan volwassenen. We moesten dus te weten komen hoe je de ruwe data die de wearable verzamelt, kunt omvormen tot een juiste maat voor energieverbruik.’

Dat kun je niet direct meten?
‘Misschien wel, maar dat wordt een enorm gedoe. Je kunt kinderen bijvoorbeeld laten sporten terwijl ze een ademanalyseapparaat dragen, maar dan belemmer je ze in hun bewegingsvrijheid. We dachten aan een accelerometer en een gyroscoop. Samen leveren die enorm veel data op, als we daar dan de juiste algoritmes op loslaten, kunnen we de MET-waarden inschatten, de metabolisch equivalenten, oftewel het energieverbruik.’

gerardveenstra
Gerard Veenstra, misschien wel de intelligentste potterfan aller tijden

Juist, kunnen we dan nu eindelijk naar het potterdoosje?
‘Bijna. We hadden de wearables dus helemaal uitgedacht. Ik zeg de hele tijd we, want ik was wel degene die het hele traject heeft doorlopen, maar ik deed het samen met andere studenten en mensen van de Hanze en e-Vitality, één van de bedrijven die aan het project deelnamen. Op een gegeven moment waren we aan het echte testen toe. En toen ging het bedrijf dat die sensor zou maken failliet.’

Toen moest je wel.
‘Ik had gewoon op het onderzoek en de theorie kunnen afstuderen, maar bij Advanced Sensor Technology leer je dat je dingen voor mekaar moet kunnen boksen als de omstandigheden tegen zitten. Dit zat dus behóórlijk tegen. Alle elektronica werkte zoals het moest, maar de grote vraag was: hoe krijg ik dat allemaal veilig om een kinderpols? Iets met een polsbandje, maar verder…  Ik had twee weken, ik wist wat ik moest doen en ik had ineens die ingeving van het potterdoosje.’

Maar dat is toch van blik? Stoort dat niet vreselijk?
‘Daarom heb ik hem goed geïsoleerd. Jawel, ducttape en isolatiespray. Het klinkt nu relaxt, maar het was echt gekkenwerk. Tot vier uur ’s nachts doorbuffelen.’

potteraandepols
Het idee in de embryonale fase 

Op de Universiteit Twente sleutel je inmiddels aan de onzichtbaarheidsmantel.
‘Tot nu toe niet, maar ik heb nog één jaar te gaan, dus wie weet. Ik studeer Embedded Systems, in het Nederlands: Geïntegreerde Systemen. Het ligt allemaal in het verlengde van m’n studie op de Hanze. Sensor technology is de basis voor enorm veel nieuwe kennis en producten.’

Hoe meer je meet, hoe meer je weet?
‘Niet direct. De hoeveelheid informatie is zo gigantisch dat data-analysemethodes cruciaal worden. Dat is de wiskundige kant van de zaak, die ik ook heel interessant vind. Ik werk één dag per week bij  KxA, een bedrijf dat doet in big data analytics, hoe meer gegevens je hebt, hoe belangrijker het wordt om te weten hoe je ze moet gebruiken.’

cof
De wearable in stadia (v.l.n.r.): zygote, embryo, bijna voldragen en blozende baby

Project Wearable Technologies for Active Living
Gerard Veenstra was één van de gevierde mannen tijdens de eindpresentatie van het project Wearable Technologies for Active Living op 30 maart in het stadion van FC Groningen. Het project van het Quantified Self Instititute van de Hanzehogeschool leverde een wearable op én een bijbehorend platform waarmee beweeggegevens van een groep gebruikers opgeslagen en geanalyseerd kunnen worden.
Aan het project werkten mee: Umaco B.V., KxA Software Innovations, e-Vitality, het Universitair Medisch Centrum Groningen, GGD Drenthe en opleidingen, kenniscentra en lectoraten van de Hanzehogeschool Groningen.
Medefinanciers waren het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN), Provincie Groningen, Provincie Drenthe en de gemeenten Groningen en Assen.