Ben ik een burger?

Nick Boer 13 december, 2018

Nu ik de 23 ben gepasseerd en de aftakeling officieel heeft ingezet, is het tijd om mijn zegeningen te tellen. Het studentenleven is me immer goed gezind geweest en het heeft vruchten in mijn schoot geworpen waarvan ik nog jarenlang kan snoepen. Toch begin je als man van naderende middel-middelbare leeftijd langzaam toe te kruipen naar een begrip waarvoor je je oren jarenlang huiverig hebt afgesloten: burgerlijkheid. De student die dit woord in de mond durft te nemen wordt verheven tot held, op het schild geheven en door de stad geparadeerd. Maar wat het nou precies omvat, die burgerlijkheid, weet niemand. Zelfs de braafste burger is op zoek naar de betekenis die zich achter het woord schuilhoudt als een addertje onder het gras.

Is het zuchten als de trein te laat is of de wc-bril nog warm is van de vorige set billen?

Is het kleren kopen bij de Gerry Weber?
Is het met een vochtige duim een vuiltje van een gezicht strijken?
Is het op fietsvakantie gaan met je partner in corresponderende kleurcombinaties?
Is het zuchten als de trein te laat is of de wc-bril nog warm is van de vorige set billen?
Is het de wenkbrauwen fronsen wanneer iemand kauwgom op de straatstenen spuugt?
Is het de boter op je boterham zó smeren dat het alle hoekjes bereikt, maar dan toch de korstjes eraf trekken zodat je zo’n slappe klats op je bord overhoudt?
Is het blazen totdat de soep op de lepel het vriespunt heeft bereikt?

Laat die joint een keer links liggen zodat je hem rechts niet meer terug kunt vinden

Is het mijn huisgenoot die schreeuwt: ‘Jezus, er staat hier al een week een kratje op het balkon en nog steeds issie niet leeg!’
Is het iemand als jijzelf die dan reageert met: ‘Je hoeft me geen Jezus te noemen, Nick mag ook.’
Is het misschien tientallen foto’s maken van m’n slapende kat?
De vragen stapelen zich op als duiven op een handje broodkruimels, maar de antwoorden blijven zich schuilhouden onder de deken van het rumoer. Wat is burgerlijk, wat moeten we precies vrezen. Is het zoals Beatrijs Ritsema in de Volkskrant schreef iets ‘om trots op te zijn’ omdat het een weerspiegeling is van goed burgerschap, of heeft het meer op met het verlangen van Rudi Fuchs naar de netheid van de jaren 50, toen ‘jongeren nog keurig met twee woorden spraken en in de tram opstonden voor een oudere dame of heer’? Is goed burgerschap echt het cement van de samenleving, of heeft het meer te maken met een gezonde dosis fatsoen en het verstand om goed voor jezelf te zorgen? Laat die joint een keer links liggen zodat je hem rechts niet meer terug kunt vinden, sla een drankje over en neem een glas water. Zeg hoi tegen de buschauffeur als je instapt en doei als je weggaat. Doe wat goed voelt en goed is. Simpeler gezegd dan gedaan, maar wie de 23 voorbij is, gaat toch langzaam nadenken over de wereld van morgen.