Brugpieper 2.0

Sanne Reuten 22 november, 2017

Toen ik naar de brugklas ging, kreeg ik van mijn ouders een grote, rode Kipling-rugzak. Zo eentje met een aapje eraan. Ik weet nog heel goed hoe blij ik was. Ik voelde me heel volwassen. Heel erg klaar voor de grote school. Met m’n tweelingbroer kocht ik kaftpapier bij de Bruna, en ook nog een rode etui (ook van Kipling) met allerlei dure stiften en pennen. Voor elk vak kocht ik een mooi schriftje, want dat was ik gewend op de basisschool. Een apart schriftje voor elk vak.

Ik bewaarde m’n boeken in een kluisje, zodat ik ze tijdens de les was vergeten en kon ophalen.

Al met al duurde deze nieuwe orde zo’n drie maanden. Kiplings bleken helemaal niet zo heel cool te zijn. Cooler was zo’n schoudertas die je aan de korte hengsels over je schouder droeg. En als je er mee ging fietsen, legde je de tas eerst op je bagagedrager en deed je daarna het lange hengsel voor je buik langs. Supergevaarlijk, maar het zag er wel beter uit dan die grote rugzak. Die eerste maanden nam ik nog elke dag al m’n boeken mee. Maar daarna ging ik stoer doen: ik liet de boeken gewoon thuis of ik bewaarde ze in m’n kluisje, zodat ik ze tijdens de les was vergeten en kon ophalen. Man, man, wat waren dat spannende tijden.

Tijdens de master krijg ik maar drie vakken, wat? maar drie vakken?.

Toen ik begon aan m’n bacheloropleiding op de Hanze, had ik braaf al mijn boeken gekocht. Ik schoot bijna weer in oude gewoontes. Ik stond op het punt om de boeken te gaan kaften en de schriftjes (voor elk vak één) had ik al gekocht. Maar toen besefte ik dat de powerpoints online zouden komen te staan, dat typen sneller ging dan schrijven en dat één collegeblok wel genoeg zou zijn voor de overige aantekeningen.
Gisteren was ik met m’n moeder bij de Mastervoorlichting van de Rijksuniversiteit Groningen. Voor mijn leven ná de Pabo. Ik kreeg te horen dat ik maar drie vakken krijg, met daarnaast een stage en een scriptie. Ik kan me voorstellen dat je denkt: wat? maar drie vakken? Alsof dat niks is. Maar graag kocht ik nog één keer allerlei schriftjes. Voor ieder vak één. Al was het maar voor de vorm.