Goede herinneringen

Lenne Smidt 20 februari, 2018

Soms vind ik het weleens jammer dat we ons niets kunnen herinneren van vóór onze derde verjaardag. Infantiele amnesie, noemen ze dat, wat klinkt als een belediging en een ernstige ziekte tegelijk.
Wat ik me wel herinner is dat er een blauw doekje over m’n ogen ging. M’n vader en ik speelden tikkertje, ik rende de trap op, struikelde over m’n eigen schoenen en kwam op de rand van het bed terecht. Tand door m’n lip. Blauw doekje. Eerste litteken. Check.

Boeiend zal m’n kinderleven niet zijn geweest, toch ben ik nieuwsgierig

Ik herinner me hoe de benedenverdieping eruit zag en waar de bank stond waarop we naar de Teletubbies zaten te kijken. Zou ook kunnen komen doordat m’n tandarts nog steeds in het huis ernaast woont… Veel boeiender dan een beetje grijpen naar voorwerpen en sabbelen op alles wat ik tegenkwam, zal mijn vroege kinderleven niet zijn geweest. Toch ben ik nieuwsgierig.
Kinderen zijn in hun eerste levensjaren meestal niet bang om te zeggen wat ze denken. Ze stappen vol enthousiasme op een vreemde af en houden eindeloze verhalen. Geen angst. Gewoon impulsief doen. Ze hebben geen schaamte en wel een rijke fantasie. Ik wil dat best wel weer.
M’n moeder vertelt altijd leuk over hoe ik was als peuter, kleuter, kind. Het kletsen zat er inderdaad lekker in. Ik presenteerde voorbijkomende vreemden dagelijks een portie onzinverhalen. Ik zei wat ik dacht, ongeacht of het aardig was of niet.

Het meisje moest huilen, van het lachen, maar hoe die pukkelige jongen reageerde is onbekend

Eens, zo gaat het verhaal, observeerde ik in een tuincentrum aandachtig een werknemer die gebukt ging onder acne. Bij de kassa hielp hij het meisje dat voor m’n moeder en ik in de rij had gestaan.
‘Kijk mama! Dat is een lelijke olifant’, flapte ik eruit.
Het meisje voor ons moest huilen, van het lachen. Mama ook. Hoe de pukkelige jongen reageerde, is onbekend. M’n moeder kan het, net als ik, gewoon zijn vergeten (volwassen amnesie). Maar misschien houdt ze dat wel geheim om me niet te belasten met hoe wreed ik als kind was. Dat zou je empathische pseudo-amnesie kunnen noemen.