Hoe gaan we dat betalen dan?

Carmen Vos 7 november, 2018

Ik weet nog goed hoe nerveus ik drie jaar geleden bij de aftrap zat van mijn eerste collegedag. Ik kende niemand, was nog maar net zeventien jaar oud en woonde ineens in een wildvreemde stad. Ik heb niet bizar veel mee gekregen van de aftrap. Ik weet alleen nog goed dat de stem van mijn teamleider door de zaal galmde en dat ze op een gegeven moment zei: “Het wordt een ontzettend druk jaar en banen ernaast zijn dan ook onmogelijk bij deze studie”. Er werd wat gemompeld en ook ik keek een beetje op van deze opmerking. Wel werd geadviseerd om op kamers te gaan wonen, dit voor de ultieme studentenbeleving. Het gemompel ging over in duidelijke taal: “Ja hoe denk je dat we dat moeten betalen dan?” Terechte opmerking.

Ik werk eigenlijk al vanaf mijn veertiende, maar als veertienjarige verdien je natuurlijk geen rooie cent

Ik werk eigenlijk al vanaf mijn veertiende. In het begin vond ik dat reuze interessant en voelde ik me ook ineens heel volwassen. Op mijn zestiende was ik er eigenlijk wel klaar mee, vond ik er niets meer aan én niet te vergeten, was ik een opstandige puber. Mijn ouders hebben mij altijd gestimuleerd om te blijven werken, al was het tijdens mijn puberteit meer verplichten dan stimuleren. Toen begreep ik dit niet, nu wel.

Als veertienjarige verdien je natuurlijk geen rooie cent. Dit was dan ook niet de reden dat ik aan het werk moest. Het interessante en volwassene gevoel dat ik toen kreeg was het doel. Je ontwikkelt je.

Nu ben ik twintig jaar oud en student. Ik ben altijd blijven werken

Als zestienjarige verdien je nog steeds geen fortuin. Het gevoel van niet altijd maar alles kunnen doen wat je wilt, was ook iets wat ik moest leren. Maar ik vond het saai en had wel betere dingen te doen.

Nu ben ik twintig jaar oud en student. Ik ben altijd blijven werken. Niet alleen omdat ik student ben en verder geen cent te makken heb, maar ook omdat ik weet dat het idee van werken voor je geld me een goed en voldaan gevoel geeft. Uiteindelijk kwam ik erachter dat werken in de stad waar je studeert ook nog eens een bizar goede methode is om nieuwe mensen te leren kennen!

Eind goed al goed, ik ben ontzettend blij dat mijn ouders mij altijd gestimuleerd hebben. “Later ga je ons bedanken”, kon ik niet meer horen en met “wij weten wel wat goed voor je is” was ik ook ontzettend klaar. Toch hadden ze wel gelijk in mijn geval.