Ik, hospitant

Beau Zyad 18 oktober, 2018

Hospiteren, veel studenten hebben het gedaan, eerstejaars nog maar kort geleden. Maar voor wie nog moet of wil weten hoe het (ook alweer) gaat, deed Beau een Alberto Stegemannetje. En onderaan het artikel als bonus een paar absolute do’s and dont’s voor als je binnenkort moet hospiteren.

hospiteren

De juiste vragen stellen, goed luisteren, iets over jezelf vertellen en hopen dat je wordt uitgekozen. Dat klinkt als een sollicitatiegesprek. Maar wacht eens even, een sollicitatiegesprek in de avond? Met bier? O, da’s hospiteren, solliciteren voor een kamer in een studentenhuis. Maar hoe gaat dat, hoe val je op tussen honderden anderen? Hoe wordt je überhaupt uitgenodigd? En waar letten de huisgenoten op bij het kiezen van een nieuwe bewoner? Om antwoord te krijgen op deze vragen ga ik undercover in de wereld van hospiteren.

Persoonlijke informatie
Wie in Groningen op kamers wil, kan niet om Kamernet heen. Dus, een account en een abonnement rijker, begint de zoektocht naar een geschikte kamer. Kamernet biedt je de mogelijkheid om je profiel te verrijken met allerlei persoonlijke informatie. Een foto is zo geüpload en je geslacht en leeftijd zijn ook niet moeilijk in te vullen.

In plaats van de profielbeschrijving te beginnen met wat ik doe, begin ik met waarom ik het doe

Maar een beschrijving van jezelf is makkelijker gezegd dan gedaan. Ik probeer het met een, zo blijkt achteraf, standaardbeschrijving van wat ik zoal doe in het dagelijks leven: een opsomming van studie, hobby’s en interesses. Standaard, want bijna alle kamerzoekenden zijn studenten en studenten studeren nou eenmaal, gaan weleens uit, doen aan sport doen en kijken graag naar Netflix. Onderscheidend is anders. En daar zijn de resultaten ook naar. De oogst van drie pogingen bestaat uit welgeteld nul uitnodigingen.

Twee uitnodigingen!
Dus voordat ik alle kansen op een uitnodiging verspil, ga ik terug naar de tekentafel. Ik herinner me een Tedtalk van business-goeroe Simon Sinek. Z’n belangrijkste boodschap: People don’t buy what you do, they buy why you do it. Dat klinkt logisch en potentieel onderscheidend. Mooi! Dus in plaats van de profielbeschrijving te beginnen met wat ik doe, begin ik met waarom ik het doe. Dat zag er ongeveer zo uit: Hoi, toekomstige huisgenoten, ik wijd mijn leven aan het doen wat ik leuk vind en ik probeer anderen te inspireren om hetzelfde te doen (het waarom). In mijn vrije tijd ga ik zo nu en dan op stap, ga ik regelmatig sporten en kijk ik af en toe series of films op Netflix (het wat). Dat klinkt al beter dan: Hoi, ik ga graag op stap, sport regelmatig en kijk Netflix, al zeg ik het zelf. En ja, hoor, met dit Sinek-profiel krijg ik op drie pogingen maar liefst twee uitnodigingen voor een hospi. De undercovermissie kan beginnen.

Geforceerde ongemakkelijkheid
De eerste hospi vindt plaats in de bekendste uitgaansstraat van de stad. Huize Poelestraat heeft plaats voor één nieuwe huurder en nodigt zowaar twaalf hospitanten uit voor een avondje geforceerde ongemakkelijkheid. Als iedereen binnen is, krijgen we een rondleiding door het huis. Ik ben één van de weinigen die vragen over het huis en de kamer stellen. Kennelijk maakt het de meerderheid van de hospitanten weinig uit of er een verplichte huisavond is en of het huis gehorig is. Zolang ze maar een dak boven hun hoofd hebben, lijken ze te denken. Jammer voor ze, want door interesse te tonen val je wel op en vergroot je je kans op de kamer.

We krijgen de vrijheid om alles te vertellen wat we willen en de huisgenoten doen zelf ook mee

Na de rondleiding volgt er een voorstelronde. We krijgen de vrijheid om alles te vertellen wat we willen en de huisgenoten doen zelf ook mee. Op zich een mooie gelegenheid om op te vallen. Helaas komen de meesten niet veel verder dan doorsnee (weet je nog: studie, hobby’s en interesses?). Gelukkig vragen de huisgenoten hier en daar wat door. Voor één persoon pakt dit iets minder goed uit, want hij verklapt dat hij over een half jaar alweer weg gaat. ‘Nu heb ik zeker mijn eigen glazen ingegooid, of niet?’, lacht hij. Niemand is verbaasd als hij na de voorstelronde vertrekt. Als hij weg is, komt één van de huisgenoten nog met de briljante tip voor de rest: in dit soort gevallen ‘moet je gewoon liegen.’

Of je tegen een grapje kunt
Als de voorstelronde is afgelopen begint het bier zijn alcoholische werk te doen. De gesprekken komen langzaam op gang. Ik vraag waarom ze ons eruit hebben gepikt en waarop ze deze avond zoal letten. Ze keken vooral reacties op Kamernet. ‘Reacties van het type hé, ik zoek een kamer, kan ik langskomen hebben we geskipt. Dat betekend dat iedereen hier in ieder geval weet hoe je op een normale manier moet reageren. Waar we vanavond op letten? Tja, uuh… gewoon of je een beetje gezellig bent en of je tegen een grapje kunt.’

Eén van de huisgenoten leidt me direct naar de kamer, waar tot mijn verbazing niemand anders aanwezig is

De volgende dag krijg ik te horen dat het een lastige keuze was, maar dat ik het net niet ben geworden. Desgevraagd vertelt een huisgenoot: ‘Degene die het wel is geworden, kwam het meest oprecht op ons over.’ Zouden ze hebben gemerkt dat ik undercover was? Waarschijnlijk niet, want een week nadat ik één van de bewoners vertel dat ik undercover-journalist was, probeert een advocaat de publicatie van dit artikel tegen te houden. Gelukkig was de advocaat mr. Wouter Poetsebakker…

Huize Binnenplaats
Oké, nieuwe ronde nieuwe kansen! Voor de tweede hospi bel ik aan bij Huize Binnenplaats (want ze hebben een binnenplaats). Eén van de huisgenoten leidt me direct naar de kamer, waar tot mijn verbazing niemand anders aanwezig is. Terwijl ik de kamer bekijk, druppelen de andere huisgenoten binnen. En wat blijkt? Ze houden individuele hospi’s. Dat betekent dat ik over drie kwartier buiten zal staan om plaats te maken voor de volgende hospitant. ‘Zo geven we iedereen dezelfde kans om vragen te stellen en zichzelf voor te stellen. We vinden het zelf ook prettiger om één-op-één kennis te maken.’ Na het voorstelrondje en wat vragen over de kamer, krijg ik een rondleiding door het huis. We stoppen bij de huisgenoot met de best opgeruimde kamer en de meeste zitruimte.

Van de ongeveer 150 reacties hebben we er in eerste instantie acht uitgenodigd

Ongedwongen praten we over van alles en nog wat: afstudeerscripties, games, vakanties. Dan kruipt plotseling één van de huisgenoten achter zijn laptop om een gegadigde op Kamernetreactie af te wimpelen. Een hé, kan ik langskomen-reactie. Ook Huize Binnenplaats is daar niet van gediend. Ik vraag hoeveel reacties ze hebben gekregen en hoeveel hospitanten ze uiteindelijk hebben uitgenodigd. ‘Haha, van de ongeveer 150 reacties hebben we er in eerste instantie acht uitgenodigd. Dus je behoort tot een select groepje! Mochten we geen geschikte kandidaat kunnen vinden, dan nodigen we er misschien nog wel een paar uit’, antwoordt de huisgenoot die achter de laptop zit.
‘We hebben besloten geen internationale studenten uit te nodigen, dat waren vijftig kandidaten die afvielen. Omdat we allemaal in de eindfase van onze studie zitten, hebben we eerstejaars ook afgewezen. Toen waren er nog ongeveer 70 reacties over, ouderejaars en werkenden. Daarvan hebben we er acht uitgekozen.’

Succes met je verdere zoektocht
Net als het gezellig begint te worden belt de volgende kanshebber aan. Ik kom hem tegen op de gang. In de wetenschap dat ik met mijn undercovermissie zijn kans op de kamer iets heb vergroot, wens ik hem veel succes. Twee dagen later krijg bericht van Huize Binnenplaats. Sorry, maar je bent het niet geworden. Succes met je verdere zoektocht!

Zo eindigt voor mij het undercover hospiteren. Hoewel, alles voor een goed verhaal. Op Kamernet probeer ik op de valreep nog de gewraakte respons. Hé, ik zoek een kamer, kan ik langskomen? Ik gebruik m’n standaardprofiel en het succesvolle alternatief à la Simon Sinek. Het resultaat laat zich raden… geen uitnodiging.

Illustratie: Teo Cejvanovic

 

Hospiteertips
In de voorbereiding op mijn undercover hospi’s heb ik het internet afgestruind op zoek naar tips. De meest veelbelovende tips heb ik uitgeprobeerd en op een rijtje gezet. En door goed op andere hospitanten te letten, zijn mij ook een paar dingen opgevallen die niet zo goed werken.

Do’s
– Wees jezelf, want eerlijkheid duurt het langst. De kans is dan groter dat je goed uit je woorden komt en een goede indruk achterlaat.
– Bereid je voor. Denk van tevoren goed na over hoe je jezelf het best kunt voorstellen. Oefen het desnoods in de spiegel, voor een vriend(in) of voor je ouders.
– Stel vragen en wees geïnteresseerd. Eigenlijk is dit niet meer dan normaal. Je wilt toch weten in wat voor kamer en huis je komt te wonen en wie je toekomstige huisgenoten zijn?
– Extra (vooral voor mannen): een onderwerp dat tijdens mijn hospi’s snel aan de orde kwam was het spel FIFA. Toen ik vertelde dat ik het niet speelde, waren een aantal huisgenoten zichtbaar teleurgesteld. Dus ook al speel je het niet, hierover jokken kan in veel gevallen geen kwaad. Zorg alleen wel dat je de basics van het spel kent, zodat je niet door de mand valt als ze doorvragen.

Dont’s
– Te laat komen. Tenzij je de hospi graag op achterstand wilt beginnen. Ben je nou toch vertraagd? Geef het even door zodat er niet onnodig op je wordt gewacht.
– Veel drinken. En dan heb ik het over alcohol. Oké, je wordt er misschien gezelliger van. Maar je laat geen goede indruk achter. Wie aan het eind van de hospi met dubbele tong praat, kan dee kamer wel op z’n buik schrijven.
– Omkopen. Hebben je ouders toevallig nog een extra droger in de schuur staan? Of ken je iemand die voor een vriendenprijsje de trap kan repareren? Kan erg handig zijn, maar het komt over alsof je eigenlijk niet tevreden bent met de kamer en het huis.
– Om medelijden vragen. Dat je elke dag heel ver moet reizen of helemaal gek wordt van je ouders of je broers en zussen boeit je toekomstige huisgenoten vrij weinig. Focus je op waarom jij geschikt bent voor de kamer en niet waarom de kamer geschikt is voor jou.