Kapper

Nick Boer 28 februari, 2019

Het is altijd lente in de ogen van de tandartsassistente, en ook mijn tulpen, narcissen, tomaten, bloemkolen, radijsjes en een verdwaalde wietplant staan te beven van plezier in de warme stralen van de zon.
Dus werd het tijd om naar de kapper te gaan. Mijn kapster had er alle begrip voor, zei ze aan de telefoon.
‘Je ziet toch dat het voorjaar wordt, er komen heel veel mensen bij me om het weer een blonder aanzien te geven.’

Doe mij maar een permanent met een spinning-föhn-behandeling

Dat doe ik dan weer niet. Ik kom voor gewoon knippen, niet zo vreselijk avontuurlijk. Vind ik ook wel jammer, ik had graag iets stoerders willen zeggen.
‘Doe mij maar een permanent met een spinning-föhn-behandeling. Ach, doe eens gek, flikker er gelijk zo’n huid-peeling-scrub-teennagelverwijder-treatment-mix bij.’
Alsof het niks is. Geld moet rollen. Koop die auto, zei onze premier. Ik hoop dat naar de kapper gaan voldoende is om de economie weer aan het zingen te krijgen, Mark, meer kan ik niet doen. Nee, maar goed, gewoon knippen dus.
Mijn billen raken het zachte leer van de kappersstoel en ze vraagt hoe het gaat. Een gepast antwoord op die vraag heb ik eigenlijk niet. Ik wil haar niet opzadelen met m’n problemen, ik ga ook niet naar de psychiater om m’n haar te laten wassen en watergolven.
M’n kapster is weliswaar op de hoogte van mijn sores (lees: het afstuderen), maar is het gepast om te vertellen dat het schrijven van reflecties me emotioneel leegzuigt, me doodser maakt dan een kroegtijger na drie ritalin, vijf wodka-redbull en drie jointjes? Onwillekeurig denk ik aan een vriend die me onlangs vertelde dat de kut van zijn baas stinkt, en dat ze daar achter haar rug om belachelijk mee wordt gemaakt. De dame met geurend geslachtdeel schijnt een bitch te zijn, dat dan wel weer, dus misschien is het allemaal niet zo erg.

De kapster weet dat ik meermaals heb overwogen mezelf van de Martinitoren te werpen

Huisgenoot A vertelde me één over zijn eerste seksuele herinneringen, die plaatsvond in de kappersstoel. Het was tijd om de voorste haren te knippen. De kapster in kwestie ging achter hem staan en drukte haar prominente boezem stevig tegen z’n schouders. Het ontstaan van een borstenman. Tot op de dag van vandaag heeft die kapster geen weet van de diep ingrijpende invloed die haar warme handeling heeft uitgeoefend op de ontluikende jongeling.
Ik besluit mijn kapster over geen van deze zaken te informeren. Wil van mijn problemen niet de hare maken. Maar ze slaat onverbiddelijk toe.
‘Hoe gaat het met afstuderen?’, vraagt ze zoetjes.
Ze weet dat ik meermaals heb overwogen mezelf van de Martinitoren te werpen.
‘Prima, hoor’, lieg ik.
Misschien moet ik volgende keer m’n haar maar verven. Keer iets anders, handig om de waanzin te verdrijven. Zo’n kek Timberlakenoodles-kapsel. Dan is afstuderen niet meer mijn grootste zorg.