Suki & de buurvrouw

Esther Steenge 1 april, 2019

Als op maandagochtend om half acht de bel gaat, doe ik er alles aan om niet mijn bed uit te hoeven. Ik verwacht niemand en vraag me überhaupt af waarom iemand op het idee komt om op dit tijdstip aan te bellen. Het feit dat ik nou niet echt slaap in een outfit waarmee men deuren opent, is voor mij een soort bevestiging dat het oké is om te wachten tot één van de vier huisgenoten de taak op zich neemt. Maar dan gaat de bel nog een keer. En nog een keer. En nog een keer.

De buurvrouw vertelt me heel veel dingen waarin geen hond geïnteresseerd is

Een klein beetje heel erg gefrustreerd, raap ik iets wat voor passende kleding kan doorgaan van de grond en loop m’n kamer uit. Daar staat huisgenoot 1 voor z’n deur met niet veel meer dan een handdoekje. Ik kan wel begrijpen dat hij zich niet geroepen voelt. We hebben geen idee wie het kan zijn, maar als de bel nogmaals gaat, loop ik naar beneden.
Het is de buurvrouw, dat weet ik omdat ze het me vertelt. Ze vertelt me nog meer dingen, heel veel dingen, dingen waarin geen hond geïnteresseerd is. De huiskat komt een kijkje nemen. Nieuwsgierig kroelt ze langs m’n benen en geeft me liefdevol kopjes. Ontzettend aandoenlijk allemaal.
‘O kijk, het is Poekie’, zegt ze. Note: de kat heet Suki.
‘Maar deze kat is helemaal geen Poekie!’, vervolgt ze.
Verward kijk ik de buurvrouw aan. Waar zou dit nou weer vandaan komen?

Natuurlijk doe ik alsof ik heel erg geschokt ben:
‘Onze Suki, rebels? Dat past helemaal niet bij haar.’

‘Ze komt heel vaak in mijn huis. Dan zit ze op het keukenblad de pannen leeg te likken en als ik dichterbij kom, gaat ze heel erg grommen en wil ze me een tik geven.’
Natuurlijk doe ik alsof ik heel erg geschokt ben.
‘Dat past helemaal niet bij haar. Onze Suki? Rebels?’
Ik weet natuurlijk best dat Suki alles doet om eten te scoren. Dat ze een huis binnensneakt voor een snack is geen verrassing. We zijn haar wel vaker kwijtgeraakt, maar gelukkig kwam ze altijd weer thuis.
Ik beloof de buurvrouw erop te letten en ze zoekt haar eigen huis maar weer eens op. Ik pak Suki op voor een dikke knuffel. Het leed van de buurvrouw zal over twee weken voorbij zijn. Suki en haar eigenaar verhuizen.
Waarvoor die vrouw aanbelde, wil huisgenoot 1 weten.
‘Geen flauw idee, eigenlijk.’