Voor de klas: Acke Lemstra

Anne Floor Lanting 2 juli, 2018

In ‘Voor de klas’ praten docenten over hun drijfveren en ervaringen. Twaalf jaar werkt Acke Lemstra op het Instituut voor Sportstudies. Op de Lerarenopleiding Lichamelijke Opvoeding (ALO) geeft ze verschillende didactiekvakken. ‘Docenten begeleiden liever dan dat ze beoordelen.’

Wat is het leukst aan het vak van docent?
‘Ik werk met jonge, dynamische en sportieve studenten. De zoektocht naar de juiste begeleiding is mooi. Steeds vraag ik mezelf af hoe ik de juiste snaar bij een student raak? Sommige studenten moet je aansporen, anderen juist afremmen. Dat ontdekken en inzien, vind ik echt heel erg leuk. De opleiding is best spannend voor studenten, omdat we veel van ze vragen. In het eerste jaar al moeten ze aan hun klasgenoten lesgeven. Dit is best overweldigend als je net van de middelbare school komt. De docent moet klimaat creëren waarin studenten durven te experimenteren, een klimaat waardoor ze worden gemotiveerd. Het scheppen van een optimaal leerklimaat is heel interessant.’

‘Soms voelt het alsof we aan de verkeerde kant beginnen’

Als je iets mocht veranderen aan het hoger onderwijs, wat zou dat dan zijn?
‘Het hoger onderwijs is best productgericht, studenten moeten veel opdrachten aanleveren. Daardoor lijkt het soms alsof het proces ondergeschikt is. Ik zou het mooi vinden als we de student centraal kunnen stellen, in plaats van de producten die ze leveren. We zouden vanuit een studentperspectief moeten kijken naar wat studenten nodig hebben. Daarnaast moeten we oog hebben voor wat het werkveld nodig heeft. Vanuit deze twee perspectieven moeten wij ons onderwijs gaan vormgeven. De Hanze als geheel stelt doelen en prioriteiten. Soms sluiten die mooi aan bij wat er binnen Sportstudies speelt, maar op andere momenten voelt het ook alsof we aan de verkeerde kant beginnen. Als je meer aandacht hebt voor het leerproces en goed kijkt naar wat de student nodig heeft, kun je een veel betere band opbouwen met studenten. In het beoordelen van producten gaat veel tijd zitten en de werkdruk onder docenten is hoog. Soms blijft er weinig tijd over voor de student zelf. Ik durf voor veel collega’s te spreken als ik zeg dat we liever begeleiden dan beoordelen.’

Wat kenmerkt je als docent?
‘Studenten vinden dat ik vrolijk en optimistisch voor de groep sta. Ik ben ook altijd heel duidelijk over wat studenten moeten laten zien en mijn lessen hebben structuur. Het leerklimaat moet veilig zijn, ik probeer om niet te autoritair te zijn en biedt ruimte voor grapjes. Elke vraag is bij mij goed. Daarnaast ben ik van het beeldend lesgeven, ik maak veel gebruik van voorbeelden, filmpjes en afbeeldingen.’

Wat is kenmerkend voor jouw manier van lesgeven?
‘Er is binnen mijn colleges altijd ruimte om vragen te stellen. Ik begin mijn lessen altijd met een korte herhaling of aanvulling van wat er in de vorige les aan bod is geweest, daarna kunnen studenten vragen stellen en vervolgens kunnen ze aan de slag. Ik probeer mijn lessen zo in te richten dat elke vorm van onduidelijkheid al aan het begin van de les wordt weggenomen. Bij toetsing probeer ik te vermijden dat de hele klas toekijkt, als een student bijvoorbeeld moet zwemmen. Dit grijpt weer terug op dat veilige leerklimaat. Ik geef studenten veel eigen regie. Ik laat ze bijvoorbeeld zelf een schema maken van welke student wanneer voor de groep moet staan.’

‘Het moet niet alleen zijn: dit is de lat en spring eroverheen’

Wat vind je van de Hanzehogeschool?
‘De Hanze is een heel fijne werkgever. De secundaire arbeidsvoorwaarden zijn hartstikke goed. Het geheel is heel dynamisch, er vindt veel uitwisseling plaats van studenten tussen de verschillende schools. Ik ga altijd met veel plezier naar mijn werk. We zijn druk bezig met een kenniswerkplaats waarin verschillende schools met elkaar samenwerken, hierbij zijn ook studenten die onderzoek doen betrokken. Heel leerzaam, je ziet dat collega’s van andere opleidingen dezelfde didactiek en begeleidingsvormen toepassen, maar je ziet ook verschillen. Ik vind het mooi om zo van elkaar te leren.’

Wat zou beter kunnen?
‘Het zou fijn zijn als we meer tijd zouden krijgen voor begeleiding. Studenten verdienen meer ruimte om te leren en om fouten te maken. Het moet niet alleen zijn: dit is de lat en spring eroverheen. Je moet ook kijken naar welk proces daaraan vooraf is gegaan. Het product is makkelijker meetbaar, maar het proces is belangrijker. Studenten voelen zich volgens mij ook sneller verantwoordelijk als hun leerproces centraal staat en ze daarin meer vrijheid krijgen.’

Wat valt je op aan de huidige lichting studenten?
‘Ik denk dat we onze studenten weleens overvragen. Het zijn jongvolwassenen, er gebeurt superveel in die levensfase en dan verwacht de opleiding ook nog van alles. Ze moesten al jong kiezen welke opleiding ze wilden volgen. Weloverwogen is die keuze lang niet altijd. Maar opleidingen handelen daar niet altijd naar:  we verwachten dat de studenten een duidelijk beeld hebben van waarom ze de opleiding volgen en wat ze ermee willen in de toekomst. Ik heb het idee dat veel studenten hierdoor onder druk staan en het gevoel hebben dat ze zich moeten bewijzen. Ik vind het maar wat knap hoe eerstejaars hun hoofd boven water houden en in één jaar tijd zo ontzettend groeien.’