Voor de Klas: Maaike Wilffert-Tjooitink

Anne Floor Lanting 16 mei, 2018

In Voor de klas spreken docenten over hun drijfveren, hun ervaringen en de Hanzehogeschool. Op het Instituut voor Rechtenstudies geeft Maaike Wilffert-Tjooitink les over gespreksvoering, conflicthantering en psychologie. ‘De student wordt weleens vergeten.’

Wat vind je het leukst aan het vak van docent?
‘Als ik zie dat een student zich ontwikkelt. De ervaring dat het wat oplevert, de lessen die ik geef, de interactie met studenten en de band die ik opbouw. Uiteindelijk resulteert dat in iets belangrijks, en dat raakt me altijd erg. Heel bijzonder.
‘Het onderwijs is interessant. Er zijn veel verschillende stromen en heel veel ontwikkelingen. Daar moet je altijd rekening mee houden. En dat fascineert me. Een paar jaar geleden was vakspecifieke kennis heel belangrijk. De laatste tijd ligt de focus meer op de persoonlijke ontwikkeling van de student. Het werkveld vraagt om flexibele studenten, brede kennis is net zo belangrijk als vakkennis. Het inspelen op zulke ontwikkelingen maakt dat het onderwijs nooit klaar is, er is altijd vernieuwing. Dat vind ik er heel erg leuk.’

Als je één ding kon veranderen, wat zou dat dan zijn?
‘Ik zou graag minder druk op studenten leggen. Natuurlijk moeten we het allerbeste uit studenten halen, maar dat heeft niet altijd de gewenste uitwerking. Nogal wat studenten hebben het gevoel dat ze op tweehonderd procent van hun kunnen moeten presteren. Dat levert spanningen en ellende op. Daar komt bij dat studeren alleen niet genoeg is. Je moet er bij werken, anders is het niet meer te betalen. Je moet heel sociaal zijn en een bijdrage aan de maatschappij leveren, van alles moet.
‘Studenten vragen altijd naar kritiek, ze willen weten wat ze niet goed doen. Maar soms is het beter om je te richten op wat je wel goed kunt en daarop voort te borduren. Niemand is perfect en dat maakt mensen juist zo mooi.’
maaike wilferink_44A0396
Wat kenmerkt je als docent?
‘Ik ben heel sterk docent, maar ik identificeer me ook gemakkelijk met de studenten. Ik ben 27, dus ik herken veel dingen waar studenten tegenaan lopen. Een goede band met studenten, vind ik belangrijk. Studenten vinden me flexibel, zeggen ze. Dat herken ik, ik ben zeker geen voorstander van starre regels en formeel gedoe. Ik vind het bijvoorbeeld vervelend wanneer studenten me een mail sturen terwijl ik ze drie keer in de week zie. Dan denk ik: je kunt ook even naar me toe lopen.’

Wat is kenmerkend voor je manier van lesgeven?
‘Ik probeer veel af te wisselen. Ik begin vaak met een gesprek over het onderwerp dat ik wil behandelen. Zo peil ik wat studenten er al van weten. Daarna volgt meestal wat theorie en een oefening. Studenten moeten vooral zelf ervaren. Als ik het bij conflictmanagement over weerstand heb, dan kan ik wel vertellen wat je kunt doen als iemand boos is, maar het wordt anders als er een boos persoon tegenover je staat. Ik probeer het dus altijd realistisch te maken.’

Wat vind je van de Hanzehogeschool?
‘De Hanze maakt goed gebruik van andere organisaties in het Noorden. Onderwijs en werkveld werken goed samen. De Hanze bruist, het is een heel levendige omgeving, vooral aan het begin van het studiejaar. De hogeschool biedt studenten veel faciliteiten en ze kunnen zich volop ontplooien. Alleen is het voor studenten misschien niet altijd helemaal duidelijk wat er allemaal is.’

Wat zou er beter kunnen?
‘Er is veel informatie over opleidingen, extra cursussen, bijbanen, centra, van alles. Maar soms is het gewoon té veel. Studenten moeten al zoveel informatie verwerken. Ze zouden de info veel eenvoudiger moeten kunnen vinden. De Hanze werkt met veel verschillende digitale systemen, studenten moeten al die systemen raadplegen. Dat kost tijd en dan zie je vaak dingen over het hoofd. Hierdoor kunnen leuke initiatieven soms weleens verzanden. Dat is zonde.’

Hoe ziet je ideale hogeschool eruit?
‘Die houdt de doelgroep constant in het oog. Prima dat de hogeschool rekening houdt met allerlei maatschappelijke ontwikkelingen, maar het leerproces van de student moet centraal staan. Soms zijn er zoveel ontwikkelingen gaande, dat de student wordt vergeten. In mijn ideale school is er veel en duidelijk  contact tussen studenten en docenten. Er zal veel tijd en ruimte zijn voor persoonlijk contact. Dat is ook hetgeen waar je als docent voor kiest, het contact met de studenten.’

Wat is het belangrijkste wat je van studenten hebt geleerd?
‘Wie ik ben. Studenten zijn altijd eerlijk. Ze zeggen wat ze goed vinden en wat niet. Een docent leert dus snel wat werkt. Ik begon als student-assistent met lesgeven, toen had ik helemaal geen zelfspot. Ik was 21, ik wilde dat de studenten naar me luisterden en stelde me op als een autoriteit. De studenten leerden me dat ik dat helemaal níet moest doen, want het werkt niet. Als je jezelf heel serieus neemt, dan worden de lessen krampachtig. Een beetje mee-veren is veel beter, en af en toe heel hard lachen om jezelf is prima. Je moet jezelf zijn, een goede docent speelt geen rol.’