Voor de klas: Marjo Blok

Anne Floor Lanting 11 december, 2018

In de rubriek ‘Voor de klas’ vragen we docenten naar hun drijfveren, ervaringen en meningen over de Hanzehogeschool. Marjo Blok werkt sinds 2007 bij de Academie voor Gezondheidsstudies van de Hanze. Ze is coördinator van de internationale fysiotherapie opleiding en geeft binnen zowel de internationale als de Nederlandstalige opleiding verschillende praktijkvakken. ‘Het internationale aspect van mijn werk maakt het leuk en uitdagend om les te geven.’

Wat vind je het leukst aan het vak van docent?
‘Het enthousiasmeren van jonge mensen voor het vak. Het internationale aspect van mijn werk maakt het leuk en uitdagend om les te geven. Ik vind het heel erg mooi om met studenten met allemaal verschillende achtergronden samen te mogen werken. Dat vraagt toch weer een wat andere benadering. Je moet wat meer afstemmen, kijken hoe de studenten gewend zijn om te leren en daar op in te spelen.

Bij het lesgeven aan een internationale groep is het belangrijk te zorgen dat het onderwijs dat je aanbiedt niet te eenzijdig is

In een internationale groep zitten toch veel meer verschillen in leerervaring en leerstijl dan binnen een reguliere groep waarbij het gros van de studenten ook in Nederland het middelbaar onderwijs heeft gevolgd. Bij het lesgeven aan een internationale groep is het belangrijk te zorgen dat het onderwijs dat je aanbiedt niet te eenzijdig is. Het is belangrijk om voor iedereen aansluiting te vinden. Ook is het van belang om van te voren, aan het begin van het onderwijs, goed de verwachtingen met elkaar te bespreken. Niet alleen wat wij van studenten verwachten, maar ook wat zij van ons als docent verwachten.’

Als je iets kon veranderen aan het hoger onderwijs, wat zou dat dan zijn?
‘Ik zou de druk iets meer van het toetsen afhalen. Ik vind dat het onderwijs nog erg gestuurd wordt door toetsing. Daarnaast zou het fijn zijn als er wat meer vrijheid is, waarbij de ontwikkeling van de student meer voorop staat en niet zozeer het belang van het behalen van toetsen. Deze vrijheid is zowel voor studenten als docenten van belang. Het zou ook betekenen dat er meer vrijheid in de vormgeving van het programma kan zijn.’

Wat kenmerkt jou als docent?
‘Mijn betrokkenheid en enthousiasme. Naast dat een les zinvol moet zijn, vind ik het ook belangrijk dat er een goede sfeer is. De werksfeer moet goed zijn, maar er moet ook ruimte zijn voor gezelligheid. Dat is in een internationale groep wel een leuk woord om te gebruiken, gezellig.

In het eerste jaar komt er veel op studenten af. Het hele onderwijssysteem is nieuw

Verder denk ik dat ik studenten vrij snel ken omdat ik probeer aan te sluiten op het individu en persoonlijk contact daarbj hoort. Ook vind ik het heel belangrijk om aandacht te hebben voor het groepsproces, zodat iedereen de ruimte krijgt om actief mee te doen. Dit groepsproces stuur ik door verschillende werkvormen te gebruiken en korte opdrachten af te wisselen met centrale terugkoppeling en het delen van ervaringen met elkaar.’

marjo blok_44A5077

Wat kenmerkt jouw manier van lesgeven?
‘Ik ga vooral coachend en begeleidend te werk. Ik probeer vooral bij vakken in het eerste jaar een duidelijke lijn te creëren door in kaart te brengen waar we staan en waar we naartoe gaan. Hiermee geef ik de studenten overzicht. In het eerste jaar komt er veel op studenten af. Het hele onderwijssysteem is nieuw. Dat geldt natuurlijk voor het reguliere programma, maar misschien des te meer voor het internationale programma door de diversiteit in achtergronden die studenten hebben. Daardoor ben ik geneigd om in jaar 1 wat meer helderheid te creëren en aan de andere kant uit te leggen dat ook de chaos noodzakelijk is als basis voor het leren, dat je vanuit die chaos dingen gaat herkennen en een vak gaat leren. Bij ouderejaars is op een gegeven moment de structuur van het onderwijs wel duidelijk, dat vraagt minder sturing. Daarbij kijk ik veel meer naar waar studenten zelf tegenaan lopen en grijp ik in op de vragen die de student heeft.’

Wat vind je van de Hanzehogeschool?
‘Ik denk dat de Hanze een hele mooie werkomgeving is, en ook een hele mooie leeromgeving. Ik liep net door het gebouw met een oud-student die afgelopen zomer is afgestudeerd, een jongen uit Italië. Hij zei heel trots hoe thuis hij zich hier nog steeds voelt en dat hij af en toe een paar uurtjes in de mediatheek gaat zitten om het gevoel te houden bij de school en de opleidingen te horen.

Er zijn soms wat veel regeltjes en papierwerk, waar je misschien liever de tijd zou gebruiken voor studentencontact

Voor mij is dat een mooi voorbeeld van wat de Hanze is: een hele mooie leeromgeving waar contacten gemaakt worden en waar mogelijkheden voor ontwikkeling zijn, zowel voor studenten als voor docenten.’

Wat zou beter kunnen?
‘Grote organisaties brengen ook vaak wat bureaucratische toestanden met zich mee, denk ik. Er zijn soms wat veel regeltjes en papierwerk, waar je misschien liever de tijd zou gebruiken voor studentencontact.’

Hoe ziet jouw ideale hogeschool eruit?
‘Een belangrijk element is in ieder geval de internationale omgeving, die de Hanze ook heeft en die ook bij fysiotherapie sterk zichtbaar is. Bij deze internationale leeromgeving  moet ook het werkveld actief betrokken zijn, het werkveld is een belangrijke speelpartner. Er moet ruimte zijn voor ontwikkeling en studenten moeten ook de ruimte krijgen om een eigen stempel op hun programma te drukken. Het curriculum moet hiervoor de mogelijkheden bieden.’

Wat is het belangrijkste wat je van je studenten hebt geleerd?
‘Doordat ik veel lesgeef aan internationale studenten leer ik heel veel over allerlei verschillende culturele- en onderwijsachtergronden en de verschillende manier waarop studenten zijn opgegroeid. Wat naast de verschillen vooral vaak bevestigd wordt over het onderwijs in Nederland is dat er in de klas weinig hiërarchie is en dat je samen met studenten onderwerpen bespreekt en probeert tot verdieping te komen.

Als fysiotherapeut heb je net als in het onderwijs veel contact met mensen

Ik leer ook dat het onderwijs dat wij bieden internationaal sterk gewaardeerd wordt. Vooral internationale studenten waarderen de toegankelijkheid, betrokkenheid en de persoonlijke benadering van docenten binnen ons onderwijs heel erg, dat is mooi om te merken.’

Wat zou je nu doen als je geen docent was geworden?
‘Waarschijnlijk was ik dan fysiotherapeut gebleven. Als fysiotherapeut heb je net als in het onderwijs veel contact met mensen. Fysiotherapie is ook een vorm van coaching en het begeleiden van mensen, alleen dan hebben mensen klachten en willen ze daar vanaf komen. Dat is natuurlijk in die zin anders dan een student, die wil zich ontwikkelen tot een professional. Bij beide is het volgens mij van belang dat mensen grip krijgen op hun leerproces of het traject waar ze naartoe willen. Als fysiotherapeut zorg je dat iemand grip krijgt op het omgaan met zijn eigen lichaam, misschien op een betere manier waardoor klachten minder op de voorgrond staan. Een student begeleid en coach je om zoveel mogelijk kennis, vaardigheden en competenties te ontwikkelen om straks zelfstandig aan de slag te gaan. In beide gevallen gaat het voor mij om coaching naar meer zelfstandigheid.’

Foto: Luuk Steemers