Voor de klas: Michiel Noback

Anne Floor Lanting 28 januari, 2019

In de rubriek ‘Voor de klas’ vragen we docenten naar hun drijfveren, ervaringen en meningen over de Hanzehogeschool. Michiel Noback werkt sinds 2001 bij het Instituut voor Life Science & Technology, waar hij betrokken was bij de ontwikkeling van de opleiding Bio-informatica. Binnen deze opleiding geeft hij nu verschillende programmeervakken en projectonderwijs. ‘Lesgeven is als theater, maar studenten zijn daarin medespelers, geen toeschouwers.’

Wat vind je het leukst aan het vak van docent?
‘Onderwijsmateriaal maken vind ik het allerleukste. Ik wil absoluut niet tien jaar lang hetzelfde vak geven. Ik vind het juist leuk om nieuwe vakken toebedeeld te krijgen en me daar helemaal in te verdiepen. Ik vind het superleuk om daar presentaties in te maken, opdrachten voor te verzinnen en te bedenken hoe ik het onderwerp uitzet in een cursus. Daar leer ik zelf ook steeds weer nieuwe dingen van. Dat is voor mij een grote motivatie.

Ik zou graag zien dat het hoger onderwijs een kleiner waterhoofd krijgt

‘Op de tweede plek komt het lesgeven aan studenten die graag iets willen leren. Die motivatie van studenten is voor mij heel belangrijk. Ze hoeven helemaal niet goed te zijn, als ze maar in de klas zitten omdat ze echt iets willen leren. Daar raak ik zelf ook heel gemotiveerd van. Wat ik heel erg leuk vind om te doen is code review, dat is een manier van werken die ik vorig jaar heb geïntroduceerd. Het is een practicumsessie van een uur met studenten die een webapplicatie ontwikkelen, waarbij ik met twee studenten per keer hun code langsloop en heel uitgebreid feedback geef. Er is dan ruimte om aan studenten te vragen hoe ze het hebben aangepakt, te bespreken waarom ze daarvoor hebben gekozen en om hen alternatieve oplossingen aan te reiken. Het is de klassieke meester-leerling situatie. Ik merk dat studenten het heel erg motiverend vinden als je echt met hun product bezig bent en niet met een generieke casus. Het is helaas niet mogelijk om de hele opleiding in te richten met zulk gepersonaliseerd onderwijs, maar het kan wel gedeeltelijk in projecten. Het was voor mij ook een eyeopener dat het studenten zo motiveert.’

Als je iets kon veranderen aan het hoger onderwijs, wat zou dat dan zijn?
‘Ik zou graag zien dat het hoger onderwijs een kleiner waterhoofd krijgt. Als je kijkt naar hoeveel mensen er bij de Hanzehogeschool werken en hoeveel mensen daadwerkelijk bij het onderwijsproces betrokken zijn, vind ik die verhouding vrij scheef. Ik weet dat de Hanze hiermee bezig is geweest, maar het verbaast mij soms nog steeds hoeveel mensen hier rondlopen die niks met onderwijs doen. Iedereen is hard aan het werk, dat wel. Toch vind ik het jammer dat dit kennelijk niet anders kan.’

Wat kenmerkt jou als docent?
Ik hoor van mijn studenten dat ik wel streng ben, maar zo zie ik mezelf eigenlijk helemaal niet. Waar ik niet tegen kan is lamzakkerigheid. Studenten die elke stap te veel vinden, daar heb ik heel erg veel moeite mee. Bijvoorbeeld de student die nooit zijn mond opendoet in de les en tijdens de laatste les vraagt welke stof bij de toets hoort. Ik denk dat studenten mij wat dat betreft zien als iemand met twee gezichten. Ik kan dus streng zijn, maar ik vind het ook heel leuk om voor de klas te staan. Ik doe ook aan theater en lesgeven is dat eigenlijk ook een beetje. De les is een toneelspel, waarbij de studenten hopelijk geen toeschouwers zijn, maar medespelers, die hebben ook hun rol. Dat vind ik leuk aan de les, het spel, kijken of je studenten meekrijgt. Ik ben altijd mezelf hoor, maar ik doe wel mijn best om studenten actief mee te laten doen.’

Wat vind je van de Hanzehogeschool?
‘Het is een hele grote organisatie, heel massaal en heel hiërarchisch. Maar als je voor de klas staat, of je zit op kantoor met je collega’s, dan is dat de kring waarin je werkt en merk je eigenlijk weinig van het massale. Het is dus maar net waar je de focus op legt. Ik vind dat de Hanzehogeschool de belangrijke punten uit deze tijd, zoals healthy ageing en de energietransitie, goed oppakt. Ik sta heel erg achter deze speerpunten. De verduurzaming van de samenleving is de belangrijkste uitdaging  waar we voor staan. Dat de Hanze dat ook ziet, vind ik goed.’

Wat zou beter kunnen?
‘Als je een organisatie groot maakt, dan komen er organisatielagen bij en die lagen gaan eigen procedures opstellen en deze aan andere lagen opleggen. Deze lagen moeten hiervoor zelf  procedures ontwikkelen die dan weer doorsijpelen naar andere lagen. Regels roepen regels op en procedures roepen weer andere procedures op. En organisatie roept meer organisatie op. Dat is hoe het werkt, dat is wat ik hier zie gebeuren. Ik weet niet zo snel hoe je dit zou moeten versimpelen. Ik zou het heel mooi vinden als iemand hier wat op verzint. Het is heel complex, dat besef ik heel goed. Ik zie alleen dat het wringt, maar ik heb erg geen oplossing voor, die wijsheid heb ik niet in pacht.’

Hoe ziet jouw ideale hogeschool eruit?
Daar zou ik graag veel meer tijd en ruimte scheppen om als docent je expertise te ontwikkelen en je vakgebied bij te houden. Dat is heel belangrijk in een wereld die zo snel verandert, zeker in mijn vakgebied is het bijna niet bij te benen. Ik zou eigenlijk ook heel graag zien dat er weer wat meer respect is voor de docent. Ik vind dat studenten in onze maatschappij tot consumenten zijn gemaakt, daar dragen wij als hogeschool zelf ook deels verantwoordelijkheid voor.

Studenten zouden meer in moeten zien dat een opleiding een kans is om zich te ontwikkelen in plaats van een moetje om een diploma te halen

‘Studenten zijn consumenten geworden die onderwijs afnemen. Ze verwachten dat alles piekfijn in orde is, anders worden ze boos en gaan ze klagen. Studenten zouden meer in moeten zien dat een opleiding een kans is om zich te ontwikkelen in plaats van een moetje om een diploma te halen. Nou hebben absoluut niet alle studenten deze houding, maar wel nog te veel. Nieuwe dingen leren is toch het mooiste wat er is? Zeker als je bewust voor het vak gekozen hebt!’

Wat valt je op aan de huidige lichting studenten?
Er is geen focus, maar dat komt door de telefoon. Focus is wel essentieel om te leren. Daar maak ik me wel zorgen om. Ik wil studenten op het hart drukken om dat ding eens weg te leggen en gewoon eens twee uur lekker te gaan lezen. Ik zou graag zien dat studenten weer leerden mijmeren, gewoon overdenken. Ga eens wandelen, laat je telefoon nou eens in je zak zitten en overdenk je problemen. De beste gedachten en ideeën komen tot je als je wandelt en rustig de dingen laat bezinken. Ineens gaan dingen in elkaar grijpen en kom je tot mooie ideeën. Dat gaat je niet lukken als je elke vijf minuten kijkt of er een nieuwe appjes zijn binnengekomen.’

Wat is het belangrijkste dat je van jouw studenten hebt geleerd?
‘Dat je soms echt een grote rol hebt gespeeld in de ontwikkeling van studenten. Als een student dat tegen mij zegt, word ik daar heel trots van. Vorig jaar kwam er bijvoorbeeld tijdens de diplomering een student naar me toe om me persoonlijk te bedanken voor de hulp die ik als stagebegeleider had geboden toen deze student wat vastliep. Daar was ik wel trots op. Het is mooi om te merken dat je echt iets toegevoegd hebt in het leven van een student. Ik heb geleerd dat je als docent echt een rol kan spelen, soms ook ten negatieve. Je bent niet zomaar een encyclopedie die voor de klas staat, maar eens mens die de interactie aangaat en dus ook invloed kan uitoefenen op studenten.’