Voor de klas: Renée Heuvelman

Anne Floor Lanting 14 januari, 2019

In de rubriek ‘Voor de klas’ vragen we docenten naar hun drijfveren, ervaringen en meningen over de Hanzehogeschool. Renée Heuvelman werkt sinds begin 2017 bij het Instituut voor Communicatie, Media & IT van de Hanze. Binnen de opleiding Communicatie is ze studie- en loopbaanbegeleider, daarnaast geeft ze verschillende eerstejaarsvakken op het gebied van media- en communicatietheorie, marketing en online communicatie. ‘Ik kan binnen het onderwijs nog jaren voort.’

Wat vind je het leukst aan het vak van docent?
Vooral de afwisseling in het werk en het bezig zijn met mensen die werken aan hun eigen ontwikkeling spreken me erg aan. Je kunt thuis zelfstandig je lessen voorbereiden en werkt op school veel samen, met collega’s, maar ook met studenten die je daadwerkelijk helpt op weg naar hun toekomst. Je ziet vaak dat eerstejaarsstudenten in het begin nog heel terughoudend en onzeker zijn.

Veel studenten skippen toch veel lessen als het niet verplicht is

Ze moeten veel in groepsverband werken en sommigen vallen daarin een beetje weg, omdat ze zich nog geen houding weten te geven binnen hun groepje. In het tweede blok zie je deze studenten vaak al veranderen. Dan komen ze als het ware bovendrijven, nemen ze meer initiatief en ontdekken ze zelf dat ze het wel kunnen. Dat vind ik heel mooi om te zien.’

Als je iets kon veranderen aan het hoger onderwijs, wat zou dat dan zijn?
‘De manier waarop we studenten proberen te motiveren. Het zou fijn zijn als dat wat natuurlijker zou gaan. Soms moet je er als docent hard aan trekken om de motivatie van studenten vast te houden. Ik weet niet of we studenten nu op de juiste manier motiveren. We hebben binnen onze opleiding bijvoorbeeld geen verplichte aanwezigheid, ik weet niet of dat voor deze leeftijdsgroep altijd een goed idee is. Veel studenten skippen toch veel lessen als het niet verplicht is. Zelf pleit ik in ieder geval voor verplichte aanwezigheid bij projectonderwijs omdat daarbij in groepjes aan opdrachten gewerkt wordt en studenten een groepscijfer krijgen. Ik vind het dan wel belangrijk dat ieder groepslid een bijdrage levert. Nu krijgen studenten soms een cijfer dat ze eigenlijk niet helemaal zelf verdiend hebben. Daar hebben studenten zelf ook niets aan, omdat ze het vroeg of laat toch ook zelf moeten kunnen.’

Wat kenmerkt jou als docent?
‘Ik doe heel erg mijn best om het allemaal heel helder uit te leggen. Maar ik heb ook wel gemerkt dat het totaal niet werkt om te veel te willen uitleggen. Als luisteraar kun je ook maar een bepaalde hoeveelheid informatie verwerken. Daarnaast is het ook zo dat hoe meer jij als docent gaat doen, hoe meer studenten zelf in de ruststand gaan zitten. Daar houd ik nu steeds meer rekening mee.

Communicatie is een brede opleiding waar relatief veel studenten op af komen die nog niet precies weten wat ze willen

Verder doe ik mijn best om me verder te ontwikkelen in hoe ik studenten het beste kan coachen. Ik denk dat het hierbij belangrijk is om de verantwoordelijkheid bij studenten te leggen en als docent niet te veel zelf op de schouders te nemen, daar help je de student namelijk ook niet mee.’

Wat kenmerkt jouw manier van lesgeven?
‘Het begint allemaal met een goede voorbereiding, daar ben ik wel achter gekomen. Het is heel belangrijk om goed na te denken over wat je precies gaat doen, wat je planning is en hoe je ervoor gaat zorgen dat iedereen actief meedoet. Ik probeer veel activerende werkvormen in te zetten, bijvoorbeeld waarbij studenten zich moeten verdiepen in een onderwerp en daar een presentatie over moeten geven. Daarnaast probeer ik veel structuur in de lessen aan te brengen. Ik hoor altijd terug van studenten dat ze dat wel prettig vinden. In mijn lessen op de maandag nemen we eerst de hele week door die komen gaat en kijken we ook vast vooruit naar de week erop. Op deze manier hebben studenten houvast in wat ze gaan doen en waarom, het wordt duidelijk waar het op aansluit.’

Wat vind je van de Hanzehogeschool?
Het is natuurlijk een hele grote school, dus buiten mijn eigen instituut krijg ik eigenlijk vrij weinig mee. Mijn eigen eerstejaarsteam bestaat uit heel betrokken collega’s die altijd aan het onderzoeken zijn hoe het nog beter kan, bijvoorbeeld wat betreft aanwezigheidsplicht en wat betreft de indeling van de verschillende blokken in een studiejaar. Hoe langer je hier werkt, hoe meer je daar zelf een visie op krijgt. We zijn altijd bezig met finetunen en ik vind het heel fijn hoe dit gaat binnen ons team.’

Wat zou beter kunnen?
‘Communicatie is een brede opleiding waar relatief veel studenten op af komen die nog niet precies weten wat ze willen. Misschien zouden we kunnen zorgen voor een scherpere selectie vooraf, zodat zoveel mogelijk studenten op de juiste plek terecht komen. Onze uitstroom is niet heel veel hoger dan bij andere opleidingen, maar als hogeschool wil je toch wel graag dat studenten gelijk goed kiezen.

Je moet studenten vooral zelf aan het werk zetten en op basis daarvan bijsturen

Een goede voorlichting is heel belangrijk. Je hebt bijvoorbeeld studenten met taalproblemen die bij ons binnenkomen en na een jaar moeten afhaken, dat vind ik toch zonde. We willen natuurlijk veel studenten, maar we moeten ook studenten hebben die passen bij de opleiding.’

Wat is het belangrijkste wat je van jouw studenten hebt geleerd?
Dat veel uitleggen niet werkt. Je moet studenten vooral zelf aan het werk zetten en op basis daarvan bijsturen. Daarnaast ben ik erachter gekomen dat ze baat hebben bij orde en structuur in de klas. Dat klinkt misschien een beetje streng, maar studenten vinden het toch wel fijn als er een lijn zit in wat ze doen, dus dat het niet te vrij is.’

Wat zou je nu doen als je geen docent was geworden?
‘Dan was ik denk ik nog zoekende. Ik heb het gevoel dat ik binnen het onderwijs nog jaren voort kan, in allerlei verschillende rollen. Bijvoorbeeld door verschillende vakken te geven en door verschillende nevenactiviteiten te ondernemen, daar zijn binnen de Hanze tal van mogelijkheden voor. Ik heb een grote drijfveer om anderen iets te leren, die krijgt nu alle ruimte. Vroeger turnde ik en gaf ik ook turntraining, toen al vond ik het lesgeven eigenlijk leuker dan het turnen zelf.’

Foto: Luuk Steemers